curling geschiedenis

Curling is een precisie sport die lijkt op bowls, petanque en bocce. Maar op het ijs wordt met zware stenen of metalen ballen gespeeld.

 

curling, het spelverloop

Een curlingwedstrijd wordt gespeeld door twee ploegen van vier spelers. De aanvoerder van de ploeg, de skip, zet een strategie uit en overlegt met de andere spelers hierover. Elke ploeg heeft acht stenen die van graniet zijn gemaakt. De stenen wegen 19,1 kg. De ijsbaan waar het op wordt gespeeld is 42,5 meter lang en de breedte van de baan bedraagt 4,3 meter. De wedstrijd bestaat uit een aantal ends. In elke end spelen de teams om en om hun acht stenen. elke speler speelt twee stenen. De stenen worden naar ”huis” gestoten. Het huis zijn de gekleurde cirkels aan het uiteinde van de ijsbaan. De reden dat die mannen en vrouwen vaak zo hard schreeuwen is omdat er van het graniet wat over het ijs schuift een onmogelijk hard geluid komt. Ook zie je vaak die mensen de baan schoon vegen omdat het zware graniet zo min mogelijk wrijvingskrachten moet krijgen te verduren. De steen moet ik het midden van het huis komen. Die gene die de meeste stenen in het huis heeft, heeft de meeste punten en die wint dus. Er worden 10 ends gespeeld. Is er na 10 ends nog een gelijkspel, dan wordt er nog een extra end gespeeld

strategie

Strategie speelt een grote rol bij curling. Het team wat de laatste steen speelt is natuurlijk in zijn/haar voordeel. ”give one, take two” zeggen ze ook wel eens. Dit betekent dat als men niet de laatste steen laat scoren (of, nog beter, zelf stenen scoort). Dan probeert men er twee of meer te scoren. Aan het begin van de wedstrijd wordt getost wie er moet beginnen. De curlers zeggen dan wie de laatste end mag doen. Scoort een team in een end, dan mag dat team in de volgende end beginnen, vervolgens gooit het andere team zijn/haar laatste steen.